De Lusthof der Muziek

De Lusthof der Muziek biedt een ontdekkingsreis langs 750 jaar Nederlandse en Vlaamse muziektraditie, met speciale aandacht voor grotendeels vergeten genres zoals volksmuziek, speelmansmuziek, oude dansmuziek, kunstmuziek, liedboeken, straatliederen, anonieme componisten, enzovoort. De Lusthof der Muziek is een doorgeefluik van muziekbronnen die - dankzij internet - voor het eerst sinds eeuwen weer beschikbaar zijn. Alleen, ze staan over talloze websites verspreid. Met behulp van de Lusthof hopen we te bereiken dat ze niet alleen beschikbaar, maar ook makkelijk vindbaar zijn.

The Garden of Musical Delights delves into 750 years of musical tradition in the Low Countries: Flanders and the Netherlands. Read more

11 mei 2015

Handschrift Ferwerda (1734)

Het 'Handschrift Ferwerda',

‘Aangelegd de 6 juli 1734
Voor de Fluit
bij P.J. Ferwerda in Harlingen’


bevindt zich in de Bijzondere Collecties van de Universiteit Utrecht. Het bevat hoofdzakelijk menuetten, overgenomen uit een driedelige uitgave van Gerhard Fredrik Witvogel uit 1732-33, getiteld Trois Recueils de Menuets, Marches et Polonnoises. In het handschift is de muziek voor fluit getransponeerd.

Behalve dat P.J. Ferwerda in Harlingen woonde, komen we weinig van hem te weten. De naam Ferwerda was in de achttiende eeuw in Friesland te algemeen om de persoon achter het handschrift met enige zekerheid te kunnen identificeren.

G.F. Witvogel, die in dit verband misschien ook van meer belang is, leefde van ca. 1696 tot 1746. Hij was afkomstig uit Varel in Duitsland en werd begraven in Aken. Een belangrijk deel van zijn leven woonde hij echter in Amsterdam, waar hij organist was aan de Lutherse Nieuwe Kerk en in 1731 een muziekuitgeverij begon. Bij zijn overlijden omvatte zijn catalogus maar liefst 93 uitgaven, met werken van bekende buitenlandse componisten zoals Händel, Vivaldi, Quantz en Scarlatti, en van Nederlanders, waaronder De Fesch, Groneman, Klein en Nozeman. Overigens staan in de Trois Recueils hoofdzakelijk anonieme stukken.

De transcriptie werd verzorgd door Ad Kwakernaat.

Noten en bronnen

1) Annotatie: UB Utrecht Hs. 20 A 7 (was eerder signatuur: LBMUZ:Rar Mso 5).
2) G.F. Witvogel, 1732-1733: Trois Recueils de Menuets, Marches et Polonnoises pour servir au clavecin avec la basse continue en partiture, et pour servir au violon, au flûte traversière, et à d'autres instruments. Composées par differents auteurs, Amsterdam.
Premier Recueil: Menuet in D met 4 variaties door F. Geminiani, en anonieme stukken: 15 menuetten, 4 marsen en 3 polonoises.
Second Recueil: 26 anonieme stukken: 20 menuetten, 2 marsen, 4 polonoises.
Troisième Recueil: 54 anonieme menuetten.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Muzikale bestanden
- Scans van het origineel hier of hier.
- Transcriptie in PDF (2 Mb)
- Transcriptie in musicXML
- Transcriptie in mp3 (20 Mb)
- Transcriptie in myr
- Transcriptie in word-doc (4 Mb)
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Handschrift Gresse (ca 1680)

Het ‘Handschrift Gresse’ stamt van rond 1680 en bevat bewerkingen voor klavierinstrument op voorgedrukt zeslijnig muziekpapier. Het is geschreven in verschillende handen. De naam die meerdere malen in het handschrift voorkomt, is die van ene Jb. Gresse. Musicoloog Alan Curtis, die er niet in slaagde de familienaam Gresse in de archieven te achterhalen, opperde in 1961 in dit verband de voornaam Jacob, wat we maar als een slippertje zullen beschouwen van iemand die verder zeer gedegen te werk ging. Deze voornaam lijkt namelijk geheel aan zijn fantasie te zijn ontsproten; er zijn zelfs geen aanwijzingen dat er een Jacob Gresse heeft geleefd. Toch is de naam blijven plakken, bijvoorbeeld in de catalogus van de Universiteit Utrecht.

Prelude, uitgevoerd door Ernst Stolz

J.B. den Hertog wist in zijn proefschrift uit 2009 meer helderheid te verschaffen. De Gresses bleken afkomstig uit Groenlo in de Achterhoek, waar verschillende generaties organist waren in de St. Calixtuskerk; in de eerste helft van de zeventiende eeuw, tot 1665, was dat Joachim of Jan Beerndt Gresse. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Jan. Een van zijn andere zonen, Frans of Franciscus, probeerde tevergeefs in Amsterdam een aanstelling als organist te bemachtigen. Den Hertog veronderstelt dat het boekje van een leerling van één van de Gresses is geweest, aangezien slechts bij enkele composities de naam Gresse wordt vermeld. Ook de korte muziektheoretische inleiding op de eerste pagina van het handschrift duidt op een lesboekje.

De transcriptie werd verzorgd door niemand minder dan onze trouwe transcribent Ad Kwakernaat.

Noten
1) Alan Curtis (red.), 1961. Nederlandse Klaviermuziek uit de 16e en 17e eeuw, Monumenta Musica Neerlandica, vol. 3. Amsterdam: Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis.
2) J.B. den Hartog, 2009. Anthoni van Noordt en zijn Tabulatuurboeck (proefschrift, Leiden Universiteit)

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Bladmuziek en geluidsbestanden
* Originele handschrift: [Handschrift Gresse], UB Utrecht Hs. 20 A 5 (was eerder signatuur: LBMUZ:Rar Msq 1).
Scans van het origineel: http://objects.library.uu.nl/reader/resolver.php?obj=002311174&type=2
of
http://aleph.library.uu.nl/F/?func=direct&doc_library=UBU01&doc_number=2311174

* Transcriptie in PDF (4 Mb)
* Transcriptie in Word-doc (18 Mb)
* Transcriptie in MusicXML (< 1 Mb) * Transcriptie in MYR (< 1 Mb) * Transcriptie in Mp3 (24 Mb)

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~